Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening sociale woningbouw Bloemendaal 2019

In deze verordening wordt verstaan onder: zelfstandige woning: een woning die beschikt over een eigen voordeur, douche, wc en keuken, niet zijnde een zorgwoning; sociale huurwoning: een zelfstandige woning, die wordt verhuurd door een corporatie en een rekenhuur heeft die niet hoger is dan de liberalisatiegrens; vrije sector woning: een zelfstandige woning, niet zijnde een sociale huurwoning; zorgwoning: een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte; corporatie: een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet; marktpartij: een vastgoedeigenaar die geen toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet is; ontwikkelende partij: een partij die voor eigen risico een woningbouwproject realiseert; huurtoeslaggrens: de maximale rekenhuur, waarbij een huurder nog huurtoeslag kan aanvragen; uitponden: verhuren na mutatie boven de liberalisatiegrens en/of verkopen aan derde waarbij het kettingbeding van de sociale huur niet wordt meegenomen; Levensloopbestendige woning: een levensloopbestendige woning, ook wel levensloopgeschikte woning genoemd, is een zelfstandige woning geschikt voor bewoning in alle levensfases met minimale fysieke inspanning en minimale kans op ongevallen; Vereveningsfonds: een instrument om sociale woningbouw te stimuleren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel