Naar hoofdinhoud
1.. Bij de voorbereiding van beleid maakt het bevoegde bestuursorgaan telkens een keuze of inbreng van inwoners en belanghebbenden plaatsvindt en via welke weg.. 2.. De inbreng kan plaatsvinden via de weg van interactieve beleidsvorming als bedoeld met “nabij besturen” of via de weg van inspraak als bedoeld in de wet en deze verordening. 3.. Per geval besluit het bestuursorgaan welke weg wordt gevolgd. 4.. Inspraak wordt altijd verleend als een wettelijk voorschrift daartoe verplicht. 5.. Geen inspraak of inbreng wordt in elk geval verleend ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak of inbreng niet kan worden afgewacht; 6.. Het betreffende bestuursorgaan waarborgt dat van de inbreng via “nabij besturen” een verslag wordt gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel