Naar hoofdinhoud

Artikel 2:

draagkrachtpercentage

Onderdeel van uitvoeringsregels individuele bijzondere bijstand ISD BOL 2020

1. . De draagkrachtperiode is gelijk aan het kalenderjaar waarin de kosten zicht voordoen. 2. . Het draagkrachtloos inkomen voor de individuele bijzondere bijstand wordt uitgedrukt in een percentage van de van toepassing zijnde gehuwdennorm zoals bedoeld in artikelen 20, 21, 22 en 23 van de Participatiewet namelijk: 75% voor een alleenstaande 100% voor een alleenstaand ouder 110% voor een gezin 3. . Alle in lid 2 genoemde percentages zijn inclusief vakantietoeslag. 4. . De beoordeling van het inkomen en het vermogen vindt plaats op de peildatum, zijnde de maand januari van het kalenderjaar. 5. . Alle inkomen boven het draagkrachtloos inkomen zoals bedoeld in lid 2, wordt volledig meegerekend als draagkracht (100% draagkracht). 6. . Het vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 Participatiewet wordt gezien als draagkracht. 7. . Het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen wordt bepaald volgens de regels van de Participatiewet. In afwijking hierop wordt een vast percentage van 5% vakantietoeslag gehanteerd. 8. . Indien een aanvragen is toegelaten tot de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of al een minnelijk schuldhulpverleningstraject loopt wordt de aanvrager geacht niet over draagkracht te beschikken. 9. . Indien er sprake is van een executoriaal beslag c.q. een rechtens afgedwongen verrekening op het inkomen van de klant, wordt de draagkrachtberekening toegepast op dat deel van het inkomen waarover de klant feitelijk kan beschikken. 10. . Bij aanvragen voor bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wordt 100% van het inkomen boven de toepasselijke norm als draagkracht beschouwd. Hierbij is artikel 22a (KDN) van overeenkomstige toepassing. 11. . Indien er sprake is van draagkracht wordt deze op maandbasis verrekend (1/12e deel).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel