Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Algemene criteria maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Geertruidenberg 2020

1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de ondervonden beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg; d. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; e. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; f. met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid levert, rekening houdend met het verslag als bedoeld in artikel 5 van deze verordening en indien aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, voor zover deze cliënt en/of: - psychische of psychosociale problemen heeft; - de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg; d. met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; e. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; f. met gebruikmaking van algemene voorzieningen. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn hulpvraag redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het derde lid levert, rekening houdend met het verslag als bedoeld in artikel 5 van deze verordening en indien aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

Rechtspraak bij dit artikel