Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Wijdemeren 2020

1.. Het college neemt het verslag cq.rapportage, als bedoeld in artikel 7 lid 3, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening; 2.. Het college zet bij de beoordeling of een maatwerkvoorziening zal worden verstrekt, steeds de ondersteuningsvraag van de cliënt centraal en betrekt bij de beoordeling van diens aanvraag alle betrokken belangen, waaronder de belangen van de cliënt zelf, diens naaste omgeving, diens familie, het maatschappelijk belang in algemene zin en de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid; 3.. De maatwerkvoorziening wordt toegekend, indien cliënt niet of niet volledig in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie door gebruik te maken van: eigen kracht en/of; gebruikelijke hulp en/of; mantelzorg en/of; hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk en/of vrijwilligerszorg; algemene voorzieningen en/of; een voorziening op grond van andere wet- en regelgeving conform artikel 2.3.5 lid 5 van de Wet. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een maatwerkvoorziening voor zover hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en de cliënt hiermee zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven; 4.. Een maatwerkvoorziening draagt, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 6 bedoelde onderzoek, bij aan het bereiken van de volgende resultaten: het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en/of; het voeren van een gestructureerd huishouden en/of; het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en/of; beschermd wonen en/of; opvang; 5.. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt in beginsel en na zorgvuldige afweging van de belangen van de cliënt en zijn omgeving alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als; de noodzaak tot zijn behoefte aan ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en de vraag om de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. 6.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven; tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of; als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 7.. Indien meerdere voorzieningen als passend aan te merken zijn, kent het college de goedkoopst adequate, tijdige, beschikbare en compenserende voorziening toe; 8.. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen bij het normale gebruik van de woning en het zich verplaatsen in de woning, wordt onderzocht of verhuizen de goedkoopst compenserende oplossing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel