Naar hoofdinhoud

Artikel 20

Tegemoetkoming meerkosten of financiële tegemoetkoming als gevolg van beperking of chronische problemen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerkwartier 2020

1.. Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben en die een inkomen hebben tot 120% van de bijstandsnorm, jaarlijks een tegemoetkoming van € 300,00 een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 2.. Het college kan, naast de genoemde situatie artikel 20 lid 1 van deze verordening, op grond van artikel 1.1.1. van de wet (lees maatwerkvoorziening), op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen een financiële tegemoetkoming voor diverse voorzieningen verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie. 3.. De hoogte van de door het college vast te stellen financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening bedraagt 100% van de voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komende kosten, tot een maximum van € 53.515,-- tenzij dit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. 4.. De financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische woningaanpassing wordt vastgesteld op basis van de door het college geaccepteerde offerte. Wanneer de financiële tegemoetkoming meer dan € 5.000,-- bedraagt, moet de aanvrager twee offertes inleveren. 5.. De financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal € 2.717,--. 6.. De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening (woonvoorzieningen van niet bouwkundige of woontechnische aard) bedraagt: voor roerende woonvoorzieningen, niet zijnde woningsanering, 100% van de aanschafkosten, tenzij de roerende woonvoorzieningen in natura worden verstrekt. voor kosten van woningsanering, afhankelijk van de leeftijd van de stoffering 100% tot nihil. Daarbij geldt het volgende vergoedingsschema: 1e jaar na aanschaf: 100% 5e jaar na aanschaf: 50% 2e jaar na aanschaf: 87,5 % 6e jaar na aanschaf: 37,5% 3e jaar na aanschaf: 75% 7e jaar na aanschaf: 25% 4e jaar na aanschaf: 62,5% 8e jaar na aanschaf: 12,5% 9e jaar en meer na aanschaf: 0% 7.. De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening (onderhoud, reparatie en keuring) bedraagt 100% van de voor een financiële tegemoetkoming in aanmerking komende kosten. 8.. Het persoonsgebonden budget voor een roerende woonvoorziening wordt vastgesteld op basis van de geldende prijsafspraken met de leveranciers van voorzieningen of met Wold & Waard woonservice. 9.. De financiële tegemoetkoming in de kosten van het bezoekbaar maken van één woonruimte (artikel 4.8 Verordening) bedraagt maximaal € 5.458,--. 10.. De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening (huurderving) bedraagt maximaal € 273,- per maand tot een maximum van 6 maanden en met uitzondering van de eerste maand. 11.. De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening (tijdelijke huisvesting) bedraagt maximaal € 546,-- per maand met een maximum van 6 maanden. 12.. De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening, specifiek voor een woonwagen of woonschip, bedraagt maximaal € 1.194,--. 13.. Bij het bepalen van de hoogte van het terug te betalen bedrag van de woningaanpassing na verkoop van een aangepaste woning, wordt uitgegaan van de meerwaarde van 60% van de financiële tegemoetkoming voor de kosten van de aan-en bijgebouw van de woning. 14.. Het normbedrag dat per jaar wordt verstrekt voor het gebruik van een bruikleenauto of eigen auto bedraagt € 1.083,-- 15.. Het normbedrag voor het gebruik van een bruikleen of eigen rolstoelbus bedraagt € 1.529,--; 16.. Het normbedrag dat per jaar wordt verstrekt voor het gebruik van een taxi bedraagt € 1.083,--; 17.. Het normbedrag dat per jaar wordt verstrekt voor het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 1.529,--; 18.. Indien de vervoersbehoefte van (echt)paren samenvalt, wordt ten hoogste het persoonsgebonden budget voor 1 persoon per (echt)paar toegekend. 19.. Voor zover de vervoersbehoefte van (echt)paren niet samenvalt, wordt maximaal anderhalf keer het persoonsgebonden budget van 1 persoon toegekend. 20.. De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een sport-rolstoel bedraagt € 2.906,-- voor de aanschaf van de sportrolstoel zelf en 25% hiervan voor de kosten van onderhoud en reparatie van de voorziening en kan maximaal eens in de 3 jaar worden verstrekt(afhankelijk van de technische staat van de voorziening). Het gehele bedrag wordt in één keer voor de periode van 3 jaar uitgekeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel