De begraafplaats is ingericht voor:
a. het begraven en begraven houden van lijken;
b. het begraven en begraven houden, bijzetten en bijgezet houden van asbussen;
c. het verstrooien van as van personen;
voor zover die functies in de artikelen 2a t/m 2j zijn opgenomen.
Het college houdt van elke begraafplaats een plattegrondtekening bij waarop de indeling en de grafnummering van de begraafplaats(en) is aangegeven.