Naar hoofdinhoud
1.. Geen draagkracht is aanwezig bij een inkomen tot 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en bij een vermogen dat lager is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens. 2.. Bij een inkomen dat hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt de draagkracht vastgesteld op 25% van het meerinkomen. 3.. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor bijzondere bijstand voor woonlasten een draagkrachtgrens van 100%. Dit betekent dat al het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm volledig als draagkracht wordt aangemerkt. 4.. Bij wisselende inkomsten wordt het inkomen vastgesteld op het gemiddelde inkomen over twee maanden voorafgaand aan de aanvraag. 5. . Voor de vaststelling van het inkomen uit eigen bedrijf of zelfstandig beroep wordt het bedrijfsresultaat (winst uit onderneming) over het voorgaande boekjaar verminderd met: de over het bedrijfsresultaat verschuldigde inkomstenbelasting; de premies volksverzekeringen; en de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge de Zorgverzekeringswet. Dit jaarbedrag wordt omgerekend naar een maandbedrag. 6. . De hoogte van het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij de algemene bijstand. 7. . Bij een vermogen dat hoger is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens wordt het meerdere volledig als draagkracht aangemerkt. 8. . De draagkracht wordt in beginsel vastgesteld voor een periode van een jaar, beginnend op: de dag waarop de kosten zich hebben voorgedaan indien sprake is van incidentele kosten; de ingangsdatum van de bijstandsverlening als het gaat om periodieke kosten. 9. . Bij een nieuwe aanvraag om bijzondere bijstand binnen het draagkrachtjaar wordt, in afwijking van het vorige lid, in beginsel aangesloten bij de reeds vastgestelde draagkrachtperiode. 10. . De individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag worden bij de vaststelling van de draagkracht buiten beschouwing gelaten.

Rechtspraak bij dit artikel