Naar hoofdinhoud
1.. De toegang tot de integrale schuldhulpverlening kan worden geweigerd of beëindigd, indien de inwoner of cliënt: niet of niet langer behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 5.1 van dit hoofdstuk; de verplichtingen van de Wgs niet of niet voldoende nakomt; het traject integrale schuldhulpverlening (succesvol) is afgerond; zijn beschikbare aflossingscapaciteit of vermogen niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; op grond van, zo later is gebleken, onjuiste gegevens heeft verstrekt, terwijl als dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het traject integrale schuldhulpverlening, ernstig misdraagt; zelf uitdrukkelijk verzoekt om de toegang tot de integrale schuldhulpverlening te beëindigen; zich niet naar vermogen inspant om de onderliggende oorzaak van de schulden te willen oplossen; is komen te overlijden; schulden heeft die zijn ontstaan door fraude, als bedoeld in artikel 3, derde lid van de Wgs; 2.. De toegang tot de integrale schuldhulpverlening kan tevens worden geweigerd of beëindigd indien de integrale schuldhulpverlening door het college niet (langer) noodzakelijk of passend wordt geacht, dan wel één van de factoren van artikel 5.3, tweede lid een belemmerende rol voor de schudhulpverlening spelen. 3.. Alvorens te besluiten tot weigering of beëindiging, wordt de inwoner of cliënt een hersteltermijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel