Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 2

Artikel 6.9

Mogelijkheden en voorwaarden tot kwijtschelding bij schuldenproblematiek

Onderdeel van Verzamelbesluit nadere regels en beleidsregels Participatiewet, aanverwante regelingen en Sociaal Vangnet

1.. Het college kan op aanvraag van of namens de belanghebbende besluiten om een vordering wegens te veel of ten onrechte verleende uitkering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden, indien: sprake is van een schuldregeling of redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling zonder een zodanig besluit niet tot stand kan komen; de belanghebbende naar het oordeel van het college zijn aflossingsverplichting naar behoren is nagekomen, waarbij de beoordelingscriteria van artikel 6.8, tweede lid, mede van toepassing zijn; en de vordering bij het college ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang. 2.. Het besluit tot kwijtschelding treedt niet eerder in werking dan het moment dat de schuldregeling tot stand is gekomen. 3.. Het besluit tot kwijtschelding wordt ingetrokken of ten nadele van de belanghebbende gewijzigd indien: de schuldregeling niet binnen twaalf maanden na de bekendmaking van het besluit tot stand is gekomen; de belanghebbende zijn schuld aan het college niet overeenkomstig de schuldregeling voldoet; onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en het college een ander besluit zou hebben genomen indien de verstrekte gegevens wel juist en volledig waren geweest. 4.. Indien een vordering is ontstaan door het opzettelijk of door grove schuld niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht kan een eventuele kwijtschelding pas na tien jaar na het ontstaan van de vordering verleend worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel