**1..** Het college verstrekt op aanvraag een participatievoorziening aan de inwoner of het kind.
**2..** De aanvraag om een participatievoorziening wordt ingediend door:
de inwoner die een voorziening aanvraagt voor zichzelf, zijn partner of zijn kind;
de ouder met een laag of laag besteedbaar inkomen die een voorziening aanvraagt voor het kind;
de tekenbevoegde vertegenwoordiger van een instelling indien het gaat om een kind in een instelling.
**3..** In afwijking van het eerste lid kan het college een participatievoorziening ambtshalve verstrekken indien:
sprake is van een aanvraag om een tegoed voor sportieve, culturele, recreatieve en andere maatschappelijke activiteiten en de inwoner een uitkering ontvangt of wanneer deze participatievoorziening in het voorgaande jaar ook aan de inwoner of het kind is verstrekt;
het gaat om een kidstegoed en het kind in hetzelfde jaar een tegoed voor sportieve, culturele, recreatieve en andere maatschappelijke activiteiten is toegekend en op de peildatum aan de voorwaarden voldoet.
**4..** De beoordeling of de inwoner, zijn partner of het kind aan de voorwaarden van de participatievoorziening voldoet vindt plaats op de datum van aanvraag. De leeftijd van het kind wordt bepaald aan de hand van de peildatum. Het inkomen wordt vastgesteld op het gemiddelde inkomen over twee maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag.
** 5. .** Het college kan aan de inwoner met een uitkering op grond van de verlengde Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) in 2020 op grond van dit inkomen een participatievoorziening toekennen indien:
de inwoner:
de (verkorte) aanvraag om de participatievoorziening uiterlijk 31 december 2020 heeft ingediend;
in de periode tussen 1 juni 2020 en 31 december 2020 al dan niet onderbroken een Tozo 2-uitkering of een Tozo 3-uitkering heeft ontvangen;
ook voldoet aan de overige voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.11, eerste lid; en
de aanvraag betrekking heeft op:
een tegoed voor sportieve, culturele, recreatieve en andere maatschappelijke activiteiten;
het kidstegoed;
de tegemoetkoming in het verplicht eigen risico.
Onder een Tozo 2-uitkering als bedoeld in onderdeel a wordt verstaan: een uitkering voor levenshoud op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers die is toegekend of verlengd in de periode tussen 1 juni 2020 en 30 september 2020 en waarbij de partnerinkomenstoets deel uitmaakt van de beoordeling.
Onder een Tozo 3-uitkering als bedoeld in onderdeel a wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: een op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers verleende uitkering voor levensonderhoud over de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020, waarvan de aanvraag uiterlijk 31 december 2020 is ingediend en waarbij de partnerinkomenstoets deel uitmaakt van de beoordeling.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 3
Artikel 4.12
Algemene bepalingen over aanvraag en verstrekking
Onderdeel van Verzamelbesluit nadere regels en beleidsregels Participatiewet, aanverwante regelingen en Sociaal Vangnet