Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 3.8

Vrijlating giften

Onderdeel van Verzamelbesluit nadere regels en beleidsregels Participatiewet, aanverwante regelingen en Sociaal Vangnet

1.. Onder een gift wordt verstaan: een herleidbaar geldbedrag, een verstrekking in natura of een andere ontvangst die onverplicht door de belanghebbende wordt ontvangen. 2. . De ontvangst van een gift wordt door de belanghebbende tijdig bij het college gemeld. Dit geldt niet als het gaat om een gift van een charitatieve instelling als bedoeld in het zesde lid. 3. . Een gift wordt in ieder geval vrijgelaten tot een bedrag van € 1.200,- per kalenderjaar. 4. . Het meerdere boven het bedrag van € 1.200,- wordt tot de middelen van de belanghebbende gerekend. Individueel wordt beoordeeld of het meerdere als vermogen of als inkomen in aanmerking wordt genomen, waarbij: ontvangen geldbedragen met een periodiek karakter als inkomen worden aangemerkt indien de vrijlating als genoemd in het derde lid wordt overschreden; incidentele ontvangsten in beginsel aan het vermogen worden toegerekend. 5. . Niet herleidbare ontvangsten in de vorm van kasstortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van de belanghebbende of zijn gezinsleden worden in beginsel niet als een gift aangemerkt. 6. . Een gift in de vorm van een verstrekking door een charitatieve instelling wordt niet tot de middelen gerekend. 7. . Een gift die aan de belanghebbende wordt verstrekt ter aflossing van een problematische schuld wordt in beginsel vrijgelaten als het aannemelijk is dat door de aflossing van de schuld een belemmering voor re-integratie of schuldhulpverlening wordt weggenomen.

Rechtspraak bij dit artikel