**1..** Geen draagkracht is aanwezig bij een inkomen tot 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en bij een vermogen dat lager is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens.
**2..** Bij een inkomen dat hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt de draagkracht vastgesteld op 25% van het meerinkomen.
**3..** In afwijking van het eerste en tweede lid geldt voor bijzondere bijstand voor woonlasten een draagkrachtgrens van 100%. Dit betekent dat al het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm volledig als draagkracht wordt aangemerkt.
**4..** De individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag worden bij de vaststelling van de draagkracht buiten beschouwing gelaten.
**5..** De hoogte van het vermogen wordt op dezelfde manier vastgesteld als bij de algemene bijstand.
**6..** Bij een vermogen dat hoger is dan de van toepassing zijnde vermogensgrens wordt het meerdere volledig als draagkracht aangemerkt.
**7..** De draagkracht wordt in beginsel vastgesteld voor een periode van een jaar, beginnend op:
de dag waarop de kosten zich hebben voorgedaan indien sprake is van incidentele kosten;
de ingangsdatum van de bijstandsverlening als het gaat om periodieke kosten.
**8..** Bij een nieuwe aanvraag om bijzondere bijstand binnen het draagkrachtjaar wordt, in afwijking van het vorige lid, aangesloten bij het reeds vastgestelde draagkrachtjaar.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2
Artikel 4.6
Draagkracht
Onderdeel van Verzamelbesluit nadere regels en beleidsregels Participatiewet, aanverwante regelingen en Sociaal Vangnet