**1..** Het college ziet in ieder geval af van het nemen van een besluit tot verhaal indien:
de op te leggen verhaalsbijdrage lager of gelijk is aan het in de Trema-normen vastgestelde minimale alimentatiebedrag voor twee kinderen;
daarvoor naar het oordeel van het college sprake is van zwaarwegende omstandigheden bij degene op wie verhaal wordt gezocht of degene die de bijstand ontvangt of heeft ontvangen;
de kosten van bijstand zijn gemaakt meer dan vijf jaar voor de datum van het besluit tot verhaal, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 62f, onder b, ten tweede, van de PW en dus sprake is van verhaal op de nalatenschap van de persoon aan wie bijstand is verleend in de vorm van een geldlening of als gevolg van borgtocht.
**2..** In geval van oninbaarheid kan het college besluiten om af te zien van het toepassen van verder verhaal, de inning van achterstallige verhaalsbijdragen of een combinatie hiervan. Van oninbaarheid is in ieder geval sprake indien de onderhoudsplichtige:
gedurende vijf jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten, of;
gedurende twee jaar al dan niet betalingen heeft verricht en de nog openstaande vordering minder bedraagt dan € 125.
**3..** Het college ziet af van verhaal in rechte als bedoeld in artikel 62g van de PW, indien:
het totaal te verhalen bedrag naar verwachting niet hoger is dan € 600;
het te verhalen bedrag naar verwachting lager is dan de door de rechtbank te maken kosten inzake de procedure voor personen “verdwenen onbekend waarheen”.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 3
Artikel 6.13
Ambtshalve afzien van verhaal
Onderdeel van Verzamelbesluit nadere regels en beleidsregels Participatiewet, aanverwante regelingen en Sociaal Vangnet