Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II.

Artikel 4

Programmabegroting

Onderdeel van Financiële beheersverordening 2020 gemeente Landgraaf

1. . Het college legt de ontwerpprogrammabegroting voor het nieuwe jaar inclusief de meerjarenraming ter vaststelling voor aan de raad op een dusdanig tijdstip dat de begroting tijdig kan worden ingediend bij de provincie. 2. . De begroting wordt opgesteld conform de regels zoals gesteld in de gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de nadere door de raad en het college vastgestelde regels. 3. . Het college laat in de begroting transparant de achtereenvolgend genomen besluiten en ontwikkelingen zien die geleid hebben tot het nieuwe meerjarensaldo. 4. . De begroting bevat, in aanvulling op de gestelde regels in het BBV, per programma een overzicht van de majeure risico’s (4eW). 5. . De begroting en in het bijzonder de daarin opgenomen activiteiten en prestaties (2eW) vormen het ‘’prestatieconvenant’’ tussen raad en college voor het komende begrotingsjaar. 6. . De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode de nieuwe programma-indeling vast. 7. . De raad autoriseert met het vaststellen van de programmabegroting de in de programmabegroting opgenomen baten en lasten per programma en het investeringsplan voor het begrotingsjaar. 8. . Het college draagt er zorg voor dat al het bestaande beleid en nieuwe beleid, waartoe de raad heeft besloten, zichtbaar is verwerkt in de programmabegroting. 9. . Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de meerjarige ontwikkeling van de weerstandsratio.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel