**1..** Ter voorkoming van het onterecht ontvangen van maatwerkvoorzieningen of persoonsgebonden budgetten, alsmede het bestrijden van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet is het college bevoegd controles uit te voeren die betrekking hebben op de naleving van:
de regels uit de wet;
de regels uit deze verordening;
de voorwaarden die voortvloeien uit overeenkomsten met aanbieders.
**2..** De controles als bedoeld in het eerste lid kunnen betrekking hebben op de rechtmatigheid als ook op de kwaliteit van de maatschappelijke ondersteuning.
**3..** Het college kan:
de besteding van persoonsgebonden budgetten al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of de budgethouder nog voldoet aan de voorwaarden om voor een persoonsgebonden budget in aanmerking te komen;
bij de controle als bedoeld in onderdeel a kan ook de derde worden betrokken aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan;
de ondersteuning geboden door aanbieders, al dan niet steekproefsgewijs, controleren en beoordelen of de aanbieder en/of de ondersteuning nog voldoen aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden.
**4..** Voor de controle als bedoeld in het eerste lid heeft het college geen specifieke aanleiding nodig. Het college kan bij de controles een thematische aanpak hanteren.
**5..** De controles kunnen worden uitgevoerd door het college of de toezichthoudende ambtenaar als bedoeld in artikel 6.1 van de wet.
HOOFDSTUK 12.
Artikel 12.1