Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een toegekende aanspraak op een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget of tegemoetkoming als bedoeld in hoofdstuk 11 van de verordening in ieder geval geheel of gedeeltelijk te beëindigen, indien:
niet wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening;
de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen verbonden aan het gebruik van de maatwerkvoorziening;
de cliënt is overleden waarbij het persoonsgebonden budget eindigt op de dag gelegen na de dag van overlijden. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de gestelde termijn in dit lid.
HOOFDSTUK 13
Artikel 13.1