Naar hoofdinhoud
1. . De colleges en de burgemeesters van de gemeenten verlenen aan de directie, en bij afwezigheid van de directie aan diens plaatsvervanger het mandaat om alle besluiten te nemen en alle rechtshandelingen te verrichten, waaronder de vertegenwoordiging in rechte, die in het kader van een goede uitoefening van aan de colleges en burgemeesters opgedragen taken en bevoegdheden nodig zijn met inachtneming van de voorwaarden genoemd in artikel 7. 2. . Het in het eerste lid bedoelde mandaat omvat de mogelijkheid tot het verlenen van ondermandaat, tenzij de bevoegdheid is opgenomen in bijlage 1 onderdeel B. 3. . Het mandaat omvat tevens de bevoegdheid het in het eerste en tweede lid bedoelde besluit te ondertekenen. 4. . De bevoegdheden genoemd in bijlage 1 onderdeel A zijn uitgezonderd van mandaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel