Naar hoofdinhoud
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Afschrijvingstermijn: de periode waarover een voorziening economisch wordt afgeschreven; Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van de belanghebbende behoort; Andere voorziening: een voorziening anders dan in het kader van de wet; Budgethouder: de cliënt aan wie een maatwerkvoorziening is toegekend in de vorm van een persoonsgebonden budget; CAK-periode: een termijn van een maand die gehanteerd wordt door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) bij de inning van de eigen bijdrage; een jaar kent 12 perioden; Dienst: een voorziening die niet tastbaar is, niet beet te pakken of aan te raken zoals huishoudelijk hulp, begeleiding, respijtzorg, vervoer en dagbesteding; Bijdrage in de kosten: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet; gesprek: een gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 4, dat gedaan moet worden als bij het college een hulpvraag is gemeld; Gewaarborgde regievoerder: een derde die de budgethouder inschakelt en die instaat voor de nakoming van de aan het pgb verbonden verplichtingen; de budgethouder blijft financieel verantwoordelijk en aansprakelijk voor de besteding van het pgb; Hoofdverblijf: de woonruimte waar de aanvrager zijn feitelijke woonadres heeft; Hulpvraag: een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; Informele hulp: er is sprake van informele hulp indien de hulpverlener(s) niet voldoen aan de criteria voor een formele hulp; Nibud: het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting; Ondersteuningsplan: een plan van aanpak opgesteld door het college en/of de cliënt of het gezin, al dan niet samen met de mantelzorgers, informele en formele hulpen; hierin staat welke vragen er zijn, welke doelen zijn gesteld en welke algemene (Wmo), andere of overige voorzieningen (Jeugdwet) en/of (individuele) (maatwerk)voorzieningen worden ingezet; Persoonlijk plan: een beschrijving van de cliënt van zijn omstandigheden en welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest aangewezen is; Pgb: persoonsgebonden budget; Pgb-plan: een plan van de budgethouder waarin hij de besteding van het pgb aangeeft inclusief de wijze waarop hiermee de gestelde doelen worden bereikt; het pgb-plan bestaat uit een plan van aanpak, een begroting, de zorgovereenkomsten en de zorgbeschrijvingen per hulpverlener; Ritbijdrage: een bijdrage die een cliënt betaalt voor gebruik van het collectief vervoer; UWV: Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen; Wonen/verblijf: beschermd wonen en maatschappelijke opvang als bedoeld in de wet. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel