Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Voorzieningen Jeugdhulp en Wmo

Onderdeel van Wmo Jeugdhulpverordening gemeente Nieuwegein 2020

1.. Het college treft op basis van artikel 2.1.2 van de Wmo ten behoeve van een zo hoog mogelijk niveau van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de inwoner algemene en maatwerkvoorzieningen Wmo op het gebied van: Wonen in een geschikt huis (Wonen) Wonen in een beschermde omgeving voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) (Wonen LVB) Verplaatsen in en om de woning (Verplaatsen) Lokaal verplaatsen per vervoermiddel (Vervoer) Voeren van een huishouden (Huishouden) Regie en structuur in het dagelijks leven (Dagelijkse regie) Persoonlijke ontwikkeling en arbeidsmatige activering (Persoonlijke groei) Zingeving, sport en activeren (Activeren) Beschikken over mantelzorg die het vol kan houden (Mantelzorg) 2.. Het college treft op basis van artikel 2.3 en artikel 2.4 tweede en derde lid van de Jeugdwet ten behoeve van het gezond en veilig opgroeien, groeien naar zelfstandigheid en een zo hoog mogelijk niveau van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de inwoner algemene en maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp op het gebied van: Opgroeien in een veilige omgeving (Opgroeien in veiligheid) Versterken van ontwikkelkansen van de jeugdige binnen de eigen mogelijkheden (Ontwikkelkansen) Versterken van opvoeders in hun rol (Opvoedondersteuning) 3.. De volgende soorten algemene voorzieningen als bedoeld in het eerste en tweede lid zijn in ieder geval beschikbaar: Informatie en advies; Lichte hulp en ondersteuning; Was en strijkservice. 4.. De volgende maatwerkvoorzieningen Wmo als bedoeld in eerste lid zijn in ieder geval beschikbaar: Begeleiding ook wel genoemd ondersteuning zelfredzaamheid Dagactiviteiten al dan niet met vervoer ook wel genoemd maatschappelijke deelname Arbeidsmatige activering Kortdurend verblijf Wonen en begeleiden van inwoner met een licht verstandelijke beperking (lvb) Huishoudelijke hulp Vervoer Woningaanpassingen Hulpmiddelen 5.. De volgende maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp als bedoeld in tweede lid zijn in ieder geval beschikbaar: Diagnostiek en/of behandeling; Begeleiding; Jeugdhulp met verblijf of pleegzorg. 6.. Een maatwerkvoorziening Jeugdhulp als bedoeld in het tweede lid, omvat voor zover het naar het oordeel van het college noodzakelijk is, ook het vervoer van en naar de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. Het college beoordeelt, overeenkomstig met artikel 3.3, in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen. 7.. Het college geeft in de beleidsregels voorbeelden van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen die op basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn. 8.. Een maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid kan verstrekt worden: In natura Als pgb In de vorm van een financiële tegemoetkoming

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel