Naar hoofdinhoud
1.. Indien het aan opzet of grove schuld van de belanghebbende is te wijten dat de belasting niet of gedeeltelijk niet is betaald, legt de heffingsambtenaar de vergrijpboete op, gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag. 2.. Worden de feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt nageheven eerst bekend op of na het tijdstip dat is gelegen zes maanden voor het verstrijken van de naheffingstermijn, dan kan de heffingsambtenaar binnen zes maanden na de vaststelling van de naheffingsaanslag nog een vergrijpboete opleggen. In dat geval deelt de heffingsambtenaar de belanghebbende gelijktijdig met de vaststelling van de naheffingsaanslag mee dat nog onderzoek plaatsvindt of het opleggen van een vergrijpboete gerechtvaardigd is. 3.. Artikel 24, derde lid, van dit besluit is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel