Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Toekenning en hoogte van het pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Son en Breugel 2020

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet De hoogte van een pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld voorstel waarin in ieder geval uiteen is gezet: 1°. welke diensten en/of hulpmiddelen en/of woningaanpassingen en/of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en 2°. indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. wordt berekend op basis van een prijs of tarief: 1°. waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken; 2°. waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken; 3°. waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in het derde lid gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en 4°. wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste compenserende in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten, (werkzaamheden bij) woningaanpassingen en andere maatregelen, onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: het tarief of de prijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, onder 1°, bedraagt voor maatschappelijke ondersteuning verleend door een derde, niet zijnde op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning door een hulp uit het sociale netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, zijnde 100% van het wettelijke minimumloon, als noodzakelijk is om: 1°. te verzekeren dat het budget de cliënt in staat stelt tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en 2°. op gepaste wijze rekenschap te geven van de gezinssituatie en van de relevante werkervaring en kwalificaties van deze persoon; indien het hulp betreft uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015 kan voor op onverplichte basis verleende maatschappelijke ondersteuning enkel een tegemoetkoming van € 141,- per kalendermaand worden betaald, met uitzondering van tussenpersonen of belangenbehartigers, deze worden niet uit het PGB betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel