Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Voorwaarden, voorschriften en algemene beperkingen mandaat, machtiging en volmacht

Onderdeel van Rectificatie Algemeen mandaatbesluit Almere

1.. Het op grond van artikel 4 eerste, derde en vierde lid, verleende mandaat komt de gemandateerde slechts toe, voor zover de uitoefening van de bevoegdheid overeenstemt met de taken en verantwoordelijkheden van de afdeling, het programma of project en voor zover de concrete uitoefening van de bevoegdheid in overeenstemming is met de binnen de gemeentelijke organisatie, de afdeling, het programma of project gemaakte afspraken. 2.. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor de gemeentesecretaris of diens plaatsvervanger. 3.. Ten aanzien van bevoegdheden die zowel ten bate als ten laste van de gemeente financiële gevolgen hebben geldt dat hierin in de begroting van: de desbetreffende afdeling, het programma of project moet zijn voorzien. 4.. Voor zover het uitoefenen van bevoegdheden inkomsten dan wel uitgaven voor de gemeente tot gevolg heeft dan is – naast dit Mandaatbesluit – daarop de Budgethoudersregeling Almere van toepassing. 5.. Iedere afdelingsmanager is – met inachtneming van het bepaalde in lid 6 onder f - bevoegd om binnen het werkterrein en takenpakket van de eigen afdeling beleidsregels, richtlijnen, aanwijzingen, instructies vast te stellen. In dit verband verschaft de afdelingsmanager de gemeentesecretaris periodiek een overzicht van de overeenkomstig de eerste zin vastgestelde regelingen. 6.. De gemandateerde is, naast en met inachtneming van het bepaalde in Bijlage A en B, niet bevoegd om in mandaat te besluiten, indien: a.. het besluit een afwijking zou inhouden van het bestaande beleid, vastgestelde richtlijnen en/of voorschriften. Hieronder valt niet het verlenen van een (omgevings)vergunning in afwijking van het bestemmingsplan dan wel afwijkingen van de Welstandsnota. b.. wanneer het voorgenomen besluit een overschrijding van een budget tot gevolg heeft; c.. een lid van het college, de gemeentesecretaris of een leidinggevende van de gemandateerde heeft aangegeven dat het voorgenomen besluit aan het college of aan de burgemeester moet worden voorgelegd; d.. het college of de burgemeester heeft aangegeven zelf te willen besluiten; e.. het een voordracht voor- of benoeming van personen op grond van een wettelijk voorschrift betreft anders dan het aangaan van een dienstverband; f.. het een besluit betreft waarmee algemeen verbindende voorschriften, beleidsregels of beleid wordt vastgesteld dan wel anderszins bevoegdheden betreft waarvoor ingevolge de Algemene wet bestuursrecht of in enig ander wettelijk voorschrift is bepaald dat mandaat niet kan worden verleend; g.. het betreft het benoemen en ontslaan van leden van een (advies)commissie of extern bestuur(sorgaan); 7.. Een voorgenomen besluit dat mogelijk politieke en/of bestuurlijke consequenties dan wel precedentwerking kan hebben, wordt pas genomen nadat er bestuurlijke afstemming heeft plaatsgevonden. 8.. Ook indien niet is gehandeld overeenkomstig het bepaalde in het 7e lid, geldt een krachtens mandaat genomen besluit rechtens als een besluit van het desbetreffende bestuursorgaan. 9.. a.. De gemeentesecretaris, de concerndirecteuren en de overige in artikel 1d, onder 1 genoemde leidinggevenden/ambtenaren zijn bevoegd om besluiten te nemen, in te trekken en te wijzigen voor wat betreft rechtspositionele aangelegenheden van (aan hen ondergeschikte) ambtenaren. b.. de gemeentesecretaris is gerechtigd om de in sub a begrepen bevoegdheid ook toe te delen aan een in artikel 1d, onder 2 genoemde leidinggevende. 10.. Degene die het besluit waartegen een bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen is niet bevoegd om in mandaat op het bezwaarschrift te beslissen. Bevoegd is in dat geval de eerst hogere leidinggevende binnen dezelfde organisatorische eenheid, mits die niet bij de totstandkoming van het bestreden besluit betrokken is geweest. Wanneer er geen eerst hogere leidinggevende binnen dezelfde organisatorische eenheid voorhanden is of wanneer de eerst hogere leidinggevende betrokken is geweest bij de totstandkoming van het besluit in primo dan berust de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar bij de gemeentesecretaris. 11.. Mandaat tot het niet-ontvankelijk verklaren van bezwaarschriften komt een leidinggevende toe voor wat betreft bezwaarschriften: a.. die niet tijdig zijn ingediend; b.. die niet zijn gericht op een besluit; c.. waar sprake is van het ontbreken van een belang; d.. waar sprake is van schending van een vormvoorschrift. Bevoegd is in dat geval eveneens de eerst hogere leidinggevende mits die niet bij de totstandkoming van het bestreden besluit betrokken is geweest. 12.. Het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht kan niet in mandaat worden gedaan door degene die van de overtreding een rapport of proces-verbaal heeft opgemaakt. 13.. De gemandateerde moet de voorwaarden, voorschriften en beperkingen, gesteld door de gemeentesecretaris en/of zijn of haar leidinggevende, opvolgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel