Naar hoofdinhoud
1.. Het college legt de beslissing omtrent het al dan niet verlenen van een individuele voorziening vast in een beschikking. 2.. Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van de aanvraag, evenals het onderzoek en het daaruit volgende onderzoeksverslag/gezinsplan. 3.. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven: welke individuele voorziening verstrekt wordt, wie de jeugdhulp gaat bieden en wat de omvang en het beoogde resultaat daarvan zijn; wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; of de voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt verstrekt; hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt. 4.. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vermeldt de beschikking naast de in lid 3 genoemde zaken bovendien: de hoogte van het pgb en hoe hiertoe is gekomen; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het persoonsgebonden budget, en de wijze van verantwoording van de besteding van het persoonsgebonden budget. 5.. Het onderzoeksverslag/gezinsplan maakt deel uit van de beschikking. 6.. Bij het besluit wordt informatie verstrekt over de rechten en plichten van de jeugdige en zijn ouders op grond van de wet, de verordening en de nadere regels. 7.. De jeugdige of zijn ouders moeten zich binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder, dan wel het pgb binnen drie maanden hebben besteed aan het resultaat waarvoor het is verstrekt. 8.. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en kan hierover nadere regels stellen.

Rechtspraak bij dit artikel