**1..** Jeugdigen en/of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover deze naar het oordeel van het college noodzakelijk is wegens opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen, om de jeugdige in staat te stellen gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren.
**2..** De noodzaak voor een individuele voorziening, als bedoeld in lid 1, bestaat in elk geval niet voor zover jeugdigen en/of ouders een oplossing kunnen vinden voor de behoefte aan jeugdhulp:
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder geval wordt verstaan;
eigen kracht;
gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk;
het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten.
door gebruik te maken van een algemene voorziening, of
door gebruik te maken van een andere voorziening.
**3..** Het college treft geen voorziening indien het hulpverleningstraject waarvoor de jeugdige en/of ouders een voorziening vragen reeds is afgerond op het moment van melding.
**4..** Indien de jeugdige en/of ouders zelf hulp hebben ingeschakeld en deze hulp loopt door op het moment dat de jeugdige en/of ouders zich melden, dan treft het college een voorziening voor zover:
op het moment van de melding nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en
de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog beoordeeld kunnen worden.
**5..** Een jeugdige kan slechts in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden indien naar het oordeel van het college:
de jeugdige niet in staat is om zelfstandig te reizen, vanwege een medische noodzaak of een gebrek aan zelfredzaamheid, en
de jeugdige niet in staat is om op eigen kracht of met hulp van ouders of andere personen uit het sociaal netwerk het vervoer te organiseren.
**6..** Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria.
Hoofdstuk 3:
Artikel 9.