**1..** In het belang van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast:
een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met een derde; of
een reële prijs die geldt als ondergrens voor:
een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met een derde, en
de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a.
**2..** Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast:
volgens de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht en
rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.
**3..** Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen:
de kosten van de beroepskracht;
redelijke overheadkosten;
kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg;
reiskosten en opleidingskosten;
indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; en
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
Hoofdstuk 6:
Artikel 32