In deze verordening wordt verstaan onder:
Markt: De door het college ingestelde warenmarkt (en);
Marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek toegankelijke grond, welke door het college voor het uitoefenen van markthandel is aangewezen;
Standplaats: de op het marktterrein voor de duur van de markt door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
Standplaatshouder: ieder aan wie door het college van burgemeester en wethouders is toegestaan om gedurende de markt een standplaats in te nemen;
Marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college, die belast is met de algehele leiding en supervisie over de markt;
Een maand: een kalendermaand
Een kwartaal: een kalenderkwartaal
Een halfjaar: de maanden januari tot en met juni of de maanden juli tot en met december,
Een jaar: een kalenderjaar;
Standwerkerplaats: Een verkoopplaats die per marktdag wordt uitgegeven om daarop te standwerken;
Standwerker: een standplaatshouder op een vaste plaats die door welsprekendheid kopers tracht te lokken;
Een vaste standplaats: een standplaats, die tot wederopzegging is toegewezen;
Een tijdelijke standplaats: Een standplaats die geen vaste standplaats is en per marktdag wordt toegewezen;
Een schriftelijke kennisgeving: een door of namens het college van burgemeester en wethouders uitgereikt schriftuur, waarop het verschuldigd marktgeld is aangegeven.
Artikel 1.