Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Goirle 2020

Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Aanvullende criteria voor opvang en beschermd wonen: 1o. In aanvulling op het derde lid, onder b, kan een cliënt in aanmerking komen voor opvang als hij feitelijk of residentieel dakloos is, al dan niet voorgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek, of aan detentie, en beperkt zelfredzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden, en niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen. 2o. In aanvulling op het derde lid, onder b, kan een slachtoffer van huiselijk geweld in aanmerking komen voor opvang als deze slachtoffer is van geweld in huiselijke kring, en vanwege aspecten van veiligheid de thuissituatie moet verlaten, of indien sprake is van kindermishandeling en opvang van kind(eren) met de beschermende ouder/verzorger in de opvang noodzakelijk is, en 18 jaar of ouder is, al dan niet met kinderen, en geen mogelijkheden heeft om zelf, al dan niet met gebruikmaking van het eigen sociale netwerk of door interventie van derden een veilige situatie te creëren, of in alternatieve huisvesting te voorzien. 3o. In aanvulling op het derde lid, onder b, kan een cliënt in aanmerking komen voor beschermd wonen als: hij een psychiatrische aandoening heeft, en er voor hem sprake is van een noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychiatrische aandoening, en hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen. 4o. Beschermd wonen wordt verstrekt overeenkomstig de geldende raadsverordening van de centrumgemeente Tilburg en de hierop gestoelde nadere regels en/of beleidsregels van de centrumgemeente Tilburg. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor zover: hiermee naar het oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en het betreft een van de voorzieningen: 1°. Een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten of in plaats daarvan het geschikt maken van de huidige woning, onverminderd artikel 4.1, tweede lid, onder b en e; 2°. Een sportvoorziening, onverminderd artikel 4.1, vierde lid; 3°. Meerkosten voor het gebruik van de eigen auto, onverminderd artikel 4.1, derde lid, onder e. Een adequate voorziening kan bestaan uit een maatwerkvoorziening voor de meerkosten ten opzichte van een algemeen gebruikelijke voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel