Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

- Draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Participatiewet gemeente Buren

De draagkracht in het inkomen wordt in beginsel vastgesteld voor de periode van één jaar, vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de bijstandsaanvraag is ingediend. Als op het moment van de bijstandsaanvraag al bijzondere noodzakelijke bestaanskosten zijn gemaakt die minder bedragen dan € 50,00, worden deze kosten mee in de aanvraag betrokken voor zover overigens wordt voldaan in het gestelde in lid 6 van dit artikel en de kosten niet ouder zijn dan 3 maanden. In afwijking van lid 1 van dit artikel vangt de draagkrachtperiode bij toepassing van lid 2 aan op de eerste dag van de kalendermaand waarin de oudste voor bijstand in aanmerking komende kosten zijn gemaakt. Voor een nieuwe bijstandsaanvraag door een uitkeringsgerechtigde binnen de eerder vastgestelde draagkrachtperiode geldt de eerder vastgesteld draagkracht. De draagkracht wordt telkens vastgesteld voor de periode van één jaar, op het tijdstip waarop de voorgaande periode is verstreken. Indien periodieke bijzondere bijstand wordt verleend, waarvan de duur korter is dan één jaar, kan de draagkrachtperiode worden afgestemd en wordt de hoogte van de draagkracht naar evenredigheid vastgesteld. Bij incidentele bijzondere bijstand wordt de vastgestelde draagkracht ineens verrekend. Bij periodieke bijzondere bijstand wordt de vastgestelde draagkracht gespreid in mindering gebracht over de maanden waarover bijzondere bijstand wordt verleend.

Rechtspraak bij dit artikel