De aflossing van de leenbijstand wordt vastgesteld op:
a. maximaal 10% van de bijstandsnorm wanneer de leenbijstand niet is besteed aan het beoogde doel;
b. maximaal 6% van de bijstandsnorm voor een niet in een inrichting verblijvende;
c. maximaal 4% van de bijstandsnorm voor een in een inrichting verblijvende.
Er wordt rekening gehouden met de beslagvrije voet.
Indien leenbijstand wordt toegekend aan een belanghebbende, die overeenkomstig artikel 4 van dit besluit beschikt over draagkrachtruimte , wordt de in lid 1 van dit artikel aangegeven aflossingsverplichting verhoogd met 35% van het verschil tussen het inkomen en de bijstandsnorm.
Artikel 9.
- Aflossing leenbijstand
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand Participatiewet gemeente Buren