Naar hoofdinhoud
Artikel 26 van de verordening beschrijft de mogelijkheden die de gemeente heeft ter voorkoming en bestrijding van fraude. Bij het voorkomen van fraude staat de voorlichting aan de ingezetene centraal. Deze moet vooraf weten wat zijn of haar rechten en plichten zijn en wat de consequenties zijn bij het overtreden van de regels. In de aanpak van fraudepreventie maakt gemeente Doetinchem gebruik van de principes van het hoogwaardig handhaven: Vroegtijdig informeren: De medewerkers van het Buurtplein informeren ingezetenen vroegtijdig over hun rechten en plichten. Vroegtijdig detecteren en afhandelen: de medewerkers van het Buurtplein zijn alert op fraudesignalen. Bij twijfels over de rechtmatigheid organiseren zij een huisbezoek. Intercollegiaal overleg over het bepalen van de te nemen stappen vindt zo nodig plaats. Optimaliseren van de dienstverlening: bij de inrichting van de werkprocessen wordt ook gekeken naar het effect van de werkprocessen op de bereidheid van ingezetenen om de regels na te leven. Daadwerkelijk sanctioneren: Gemeente Doetinchem gaat er van uit dat de voorzieningen op rechtmatige wijze worden ingezet en verantwoord worden. Zodra er signalen zijn over onrechtmatig gebruik, wordt de nodige expertise ingezet binnen de gemeente om nader onderzoek te doen. De gemeente hanteert een krachtig, consequent sanctiebeleid en een effectief opsporingsbeleid. Van de ingezetene wordt verwacht dat zij mededeling doet van wijzigingen in hun omstandigheden waarvan redelijkerwijs is in te schatten dat deze consequenties heeft voor de verstrekte voorziening. Ook wordt verwacht dat de ingezetene meewerkt aan onderzoek in geval van (vermoedens van) onrechtmatigheden.

Rechtspraak bij dit artikel