Naar hoofdinhoud
1.. a. Het uitsluitend recht tot het doen begraven in een eigen graf wordt schriftelijk verleend door burgemeester en wethouders voor de tijd ven 20 jaar. Het uitsluitend recht tot het doen plaatsen van een urn in een urnennis wordt schrif- telijk verleend door burgemeester en wethouders voor de tijd van vijf jaar. 2.. Het in lid 1 bedoelde recht wordt slechts aan één persoon, rechthebbende genaamd, verleend. 3.. De rechthebbende is verplicht zorg te dragen, dat zijn adres te allen tijde bij burge-meester en wethouders bekend is. Indien aanschrijvingen verzonden zijn aan het door de rechthebbende laatst opgegeven adres, kan deze zich nimmer op het niet ontvangen daarvan beroepen. De gemeente is dan niet aansprakelijk voor de gevolgen die het uit-blijven van een reactie op de aanschrijving met zich mee brengen. 4.. a. Op schriftelijk verzoek van de rechthebbende wordt uitsluitend bij de verlening van het in lid 1.a genoemde recht de 20-jarige termijn door burgemeester en wethouders met 10, 2 x 10 of maximaal 3 x 10 achtereenvolgende jaren verlengd tot een totale termijn van respectievelijk 30, 40 of maximaal 50 jaren. Op schriftelijk verzoek van de rechthebbende wordt uitsluitend bij de verlening van het in lid 1.b genoemde recht de 5-jarige termijn door burgemeester en wethouders met 5, 2 x 5 of maximaal 3 x 5 achtereenvolgende jaren verlengd tot een totale termijn van respectievelijk 10, 15 of maximaal 20 jaren. 5.. a. Op verzoek van de rechthebbende worden de in lid 1.a en lid 4.a genoemde termijnen door burgemeester en wethouders onbeperkt verlengd, doch telkens voor niet langer dan 10 achtereenvolgende jaren. Op verzoek van de rechthebbende worden de in lid 1.b en lid 4.b genoemde termijnen door burgemeester en wethouders onbeperkt verlengd, doch telkens voor niet langer dan 5 achtereenvolgende jaren. 6.. Een verzoek om verlenging moet binnen twee jaren vóór het verstrijken van de lopende termijn te worden ingediend. 7.. Binnen één jaar na de aanvang van de termijn, waarin verlenging van het recht kan worden verzocht, doen burgemeester en wethouders aan de rechthebbende wiens adres hun bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de lopende termijn en van het bepaalde in lid 5. 8.. Blijkt het adres onbekend, dan geschiedt de mededeling door aanplakking daarvan bij het graf, bij de urnennis en bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft aan-geplakt tot het einde van de lopende termijn. 9.. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de recht hebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 16, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel