In aanvulling op en in afwijking van artikel 1.1, tweede lid, van deze verordening wordt in deze paragraaf verstaan onder:
a. bijstandsnorm: de voor de inwoner van toepassing zijnde bijstandsnorm zonder vakantietoeslag. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de kostendelersnorm.
b. inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 31 en 32 van de PW zonder vakantietoeslag. De uitkering op grond van de PW wordt ook tot het inkomen gerekend. Bij gehuwden en samenwonenden wordt uitgegaan van het gezamenlijke inkomen.
c. inwoner: de inwoner als bedoeld in artikel 1.1, onder n, van deze verordening van 18 jaar en ouder en met een laag inkomen;
d. kind: het kind van 5 jaar tot 18 jaar en:
- in het gezinsverband van de inwoner leeft;
- in de Basisregistratie Personen ook op het adres van de inwoner staat ingeschreven;
- waarvoor de inwoner kinderbijslag ontvangt; en
- waarvan de ouders over een laag of laag besteedbaar inkomen beschikken.
- een pleegkind waarvoor de inwoner op grond van de Jeugdwet een pleeggeldvergoeding ontvangt, wordt met een kind gelijkgesteld.
- een kind dat na interventie van een crisissituatie feitelijk in de gemeente Brummen verblijft, (nog) niet - zijnde pleegzorg.
e. inkomensgrens voor minima-ondersteuning: een inkomen tot maximaal 130% van de geldende bijstandsnorm.
f. laag besteedbaar inkomen: het vrij te laten bedrag dat overblijft voor de kosten van levensonderhoud indien sprake is van een wettelijke schuldsaneringsregeling of een schuldregeling via een NvvK-lid.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.
Aanvullende begripsbepalingen
Onderdeel van VERZAMELVERORDENING PARTICIPATIEWET, IOAW, IOAZ GEMEENTE BRUMMEN