Naar hoofdinhoud
1.. Het recht voor het aansluiten van een eigendom op een door of vanwege de gemeente aangelegde openbare riolering bestaat uit de werkelijke kosten van het realiseren van de aansluiting. Het bedrag van de te maken kosten wordt voorafgaand aan de aanleg aan belastingplichtige medegedeeld, met een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting is uitgebracht, wordt de aanleg op zijn vroegst uitgevoerd de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de belastingplichtige ter kennis is gebracht, tenzij belastingplichtige de begroting aanvecht. 2.. Het recht wordt niet geheven voor het aansluiten van: onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 3.. Eigendommen, welke in verband met de uitoefening van een beroep, bedrijf of anderszins als een eenheid kunnen worden beschouwd, worden voor de toepassing van deze verordening als één eigendom aangemerkt, tenzij wordt verzocht om voor elk van de eigendommen afzonderlijke aansluitingen op het hoofdriool tot stand te brengen.

Rechtspraak bij dit artikel