Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. 2.. Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening een beleidsplan vaststellen, waarin wordt vastgelegd welke aanvullende werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden die daarbij gelden, voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel