Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Tijdstip en termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2020

1.. In afwijking in zoverre van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen ter zake van de marktgelden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden of gedeelten daarvan in het kalenderjaar resteren met dien verstande dat: iedere termijn, zijnde het bedrag verschuldigd voor één kalendermaand, moet worden betaald via PIN-transactie op de eerste verplichte betaaldag in het kalenderjaar, zoals deze op de aanslag is vermeld en vervolgens op elk van de daaropvolgende verplichte betaaldagen; indien de belastingplichtige, of zijn plaatsvervangende marktdeelnemer niet aanwezig is op enige volgens de aanslag verplichte betaaldag(en), dient de betaling van de verzuimde en niet betaalde termijn(en) op de eerstvolgende verplichte marktdag, waarop men wel aanwezig is, gelijktijdig met de termijn voor die marktdag per PIN-transactie te worden afgerekend. 2.. In afwijking in zoverre van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de marktgelden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b en c, het tweede lid en het derde lid, middels een PIN-transactie worden betaald op het moment van doen van, of uitreiking van de kennisgeving als bedoeld in artikel 6, tweede lid. 3.. In afwijking in zoverre van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen ter zake van de marktgelden als bedoeld in artikel 3, vierde lid, worden betaald binnen vier weken na de dagtekening van het aanslagbiljet. 4.. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel