Naar hoofdinhoud
Behoudens de vrijstellingen van artikel 220d Gemeentewet worden de volgende objecten vrijgesteld: belastingobjecten die uitsluitend bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria; belastingobjecten die uitsluitend bestemd zijn voor de elektriciteitsvoorziening (trafo’s) en telecommunicatie (zendmasten) belastingobjecten die uitsluitend worden gebruikt voor de opslag en distributie van goederen. Belastingobjecten die in hoofdzaak bestemd zijn voor het produceren van kunst en cultuur, niet gedurende het merendeel van de week toegankelijk zijn voor publiek en niet gericht zijn op het maken van winst.

Rechtspraak bij dit artikel