De alleenstaande persoon, die jonger dan 21 jaar en uitwonend is, heeft geen recht op bijzondere bijstand. De norm als bedoeld in artikel 20 van de wet, aangevuld met de wettelijke onderhoudsplicht van de ouder(s) wordt in alle gevallen beschouwd als een toereikende en passende voorliggende voorziening.
In uitzondering op lid 1, blijft tot 1 januari 2029 het recht op bijzondere bijstand voor de noodzakelijke kosten van bestaan van toepassing op lopende toekenningen voor 1 januari 2026, of toekenningen van alleenstaande jongeren die zich vóór 1 januari 2026 meldden bij de gemeente. De norm als bedoeld in artikel 20 lid 3 en lid 4 van de wet is van toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 12.
Bijzondere bijstand aan uitwonende alleenstaanden jonger dan 21 jaar
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid Leidschendam-Voorburg 2020