Naar hoofdinhoud
1.. Het college besluit op schriftelijk verzoek van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien, indien de belanghebbende: gedurende 60 maandelijkse termijnen volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; gedurende 60 maandelijkse termijnen niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; gedurende 60 maandelijkse termijnen geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten, of een bedrag overeenkomend met een percentage van de hoofdsom in één keer aflost, als volgt: bij vorderingen tot € 500,= is het percentage 80%; bij vorderingen tot € 1.500,= is het percentage 70%; bij vorderingen tot € 5.000,= is het percentage 60%; bij vorderingen meer dan € 5.000,= is het percentage 50%. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing: indien sprake is van terugvordering wegens schending van de inlichtingenverplichting; op vorderingen welke door pand of hypotheek op een goed zijn gedekt, behoudens voor zover genoemde rechten niet op de goederen verhaald kunnen worden. 3.. Het eerste lid sub d is niet van toepassing indien sprake is van terugvordering als bedoeld in artikel 58, tweede lid, sub f, van de Participatiewet. 4.. De in het eerste lid genoemde termijnen zijn 36 maanden indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende in die periode niet hoger was dan de toepasselijke bijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel