Naar hoofdinhoud
Aan de geldlening worden, tezamen met de gebruikelijke bedingen opgenomen in de hypotheekakte, de volgende voorwaarden verbonden: Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste twintig jaar. De aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats overeenkomstig de draagkrachtberekening voor bijzondere bijstand zoals is vastgelegd in de Beleidsregels bijzondere bijstand Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van één jaar vastgesteld. Bij een inkomen dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt geen aflossing gevergd. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, stelt het college, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast. Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in onderdeel e wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen. Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van twintig jaar schuldig nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel