Naar hoofdinhoud
1.. De rechthebbende of de gebruiker is, naast het onderhoud van gemeentewege zoals beschreven in artikel 25, verplicht de grafbedekking en andere voorwerpen op het graf in goede staat te houden of te herstellen. De werkzaamheden die door de rechthebbende of gebruiker uitgevoerd dienen te worden, zijn omschreven in de nadere regels. 2.. Indien de rechthebbende of de gebruiker nalaat de grafbedekking in goede staat te houden of te herstellen, kan het college de hiervoor in aanmerking komende beplanting, voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking (geheel of gedeeltelijk) doen verwijderen, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 3.. De verwijdering van de grafbeplanting of het gedenkteken, zoals bedoeld is in lid 2, vindt niet plaats dan nadat de rechthebbende of de gebruiker schriftelijk is ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het mededelingenbord op de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 4.. De rechthebbende of de gebruiker is verplicht de - door welke omstandigheden ook - schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk ten aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar oplevert voor derden. 5.. Niet blijvende beplantingen, verwelkte bloemen of kransen en kapotte voorwerpen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving door de beheerder worden verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gedaan op een schadevergoeding. 6.. De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf door het college worden verwijderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel