1. Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is aangewezen:
a. het aantal personen dat verblijf heeft gehouden, bepaald op:
- 3, bij een vaartuig met een lengte van ten hoogste 8 meter;
- 4, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 8, doch ten hoogste 12 meter;
- 5, bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12 meter.
b. het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen verblijf is gehouden bepaald op 24, indien sprake is van een seizoenabonnement.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN WATERTOERISTENBELASTING 2020