De belastingambtenaar oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk ambtenaar belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder d., van de Gemeentewet.
Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingambtenaar de nadere regels van het bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels van het bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Hoofdstuk 7
Artikel 18
Bevoegdheden belastingambtenaar
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking