Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 8

Stemverhouding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking

Bij een stemming wordt gestemd en besloten op basis van de principes ‘elk lid één stem’ en ‘gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen’. Voor besluiten gericht op vaststelling van de begrotingskaders, de begroting, de jaarrekening en de bestemming van de reserves geldt bij een stemming de aanvullende eis dat tenminste een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen nodig is om een besluit tot stand te brengen. Voor de totstandkoming van besluiten tot vaststelling van het liquidatieplan als bedoeld in de artikelen 28, vijfde lid, en 30, tweede lid, is unanimiteit van stemmen vereist. Een lid van het bestuur dat van opvatting is dat een besluit als bedoeld in het eerste lid tot ongewenste en onrechtvaardige gevolgen leidt voor de deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan een herstemming aanvragen. Bij een herstemming geldt het principe van gewogen stemmen, waarbij de stemmen als volgt worden gewogen: het lid van de gemeente Apeldoorn heeft een viervoudig stemrecht, en de andere leden hebben een enkelvoudig stemrecht. Bij de herstemming is slechts sprake van een rechtsgeldig genomen besluit als het met in achtneming van het bepaalde in het vijfde lid is genomen en wordt gedragen door ten minste tweederde van het aantal uitgebrachte stemmen, en ten minste de vertegenwoordigers van drie verschillende deelnemers met het besluit instemmen.

Rechtspraak bij dit artikel