Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 28

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking

1.. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. Hij maakt na verkregen toestemming van de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekende brief kenbaar aan het bestuur en aan de overige deelnemers. 2.. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht genomen. 3.. Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 4.. Na ontvangst van de in het eerste lid vermelde brief wijst het bestuur in overleg met de uittredende deelnemer een onafhankelijke registeraccountant aan, aan wie de opdracht wordt verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de gemeenschappelijk regeling besloten. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de regeling van de personele gevolgen en de liquiditeit van de bedrijfsvoeringsorganisatie als die wordt voortgezet. 5.. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige deelnemers geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden. 6.. Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden na de vaststelling de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie te voldoen. 7.. De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.

Rechtspraak bij dit artikel