Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening precariobelasting 2020

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen of werken, welke door of vanwege het rijk, de provincie, de gemeente of door een waterschap, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, zijn aangebracht of geplaatst; voorwerpen of werken, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; het gebruik of genot door de gemeente van openbare gemeentegrond en voor het hebben onder, op of boven die grond van voorwerpen, werken of inrichtingen welke aan de gemeente in eigendom toebehoren en bij haar in gebruik zijn; het gebruik of genot van openbare gemeentegrond ten behoeve van bouwwerken, welke voor rekening van de gemeente worden gebouwd, verbouwd of hersteld en door haar worden of zullen worden gebruikt; brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen en niet tot reclame dienende borden, gevende aanwijzingen aan het publiek, mits de grootste afmeting van de borden niet meer bedraagt dan één (1) meter; wegwijzers in, op of boven openbare gemeentegrond van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB; vlaggenstokken en vlaggen zonder reclame of handelsnaam; pilasters, plinten, kozijndorpels, gevelversieringen, goten, afvoerbuizen van hemelwater, puilijsten, goot- of kroonlijsten, spionnen en dergelijke niet meer dan dertig centimeter (0,30 meter) buiten de rooilijn uitstekend; buizen in de grond tot lozing van faecaliën, van huishoud- of bedrijfsafvalwater en hemelwater; voorwerpen of werken welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden.

Rechtspraak bij dit artikel