Naar hoofdinhoud
Uitgangspunt 1: De inkomensgrens voor minimaregelingen is drieledig van 110% tot 130% van de geldende bijstandsnorm We onderscheiden 3 categorieën: - Gezins- en volwassenenregelingen 110% geldende bijstandsnorm - Kindregelingen 120% geldende bijstandsnorm - Voorzieningenwijzer 130% geldende bijstandsnorm Toelichting Ten opzichte van voorgaand beleid is de gemeentepolis verdwenen en de VoorzieningenWijzer ingevoerd. De norm voor gezins- en kindregelingen blijft zoals deze was. Waar voorheen voor de gemeentepolis een inkomensgrens van maximaal 150% gold, houden we voor de VoorzieningenWijzer een grens van 130% aan. Deze grens staat gelijk aan de hoogte van het wettelijk minimum loon. De reden hiervoor is dat in de groep 120%-150% een relatief laag aantal inwoners gebruik maakte van de gemeentepolis. De inkomensgrens voor de VoorzieningenWijzer hanteren we minder hard dan die voor de overige regelingen. Dat wil zeggen dat het Team voor Elkaar vanuit haar discretionaire bevoegdheid inwoners de VoorzieningenWijzer als ondersteuningsinstrument aan kan bieden als zij dat, ondanks een te hoog inkomen en gebrek aan schulden, nodig acht. Uitgangspunt 2: Inwoners met problematische schulden kunnen, ongeacht de hoogte van het inkomen, gebruik maken van alle ondersteuningsregelingen voor minima Er moet voldaan worden aan de voorwaarden van een laag (of laag besteedbaar) inkomen. Een laag inkomen wordt gelijkgesteld met 100% van de geldende bijstandsnorm. Van een laag inkomen is sprake indien: - er sprake is van problematische schulden conform de richtlijn van de Nvvk (Nederlandse vereniging voor sociaal bankieren, brancheorganisatie schuldhulpverlening; en - er een actief schuldhulpverleningstraject is begeleid vanuit het Steunpunt Geld & Administratie (of vrijwilligers vanuit het BAC), PlanGroep en/of een bij de NVVK aangesloten organisatie, danwel een begeleid voortraject daarvan geïndiceerd door het TvE; en - het feitelijk besteedbaar inkomen aantoonbaar gelijk is aan of lager dan het vrij te laten bedrag (relatief maximaal 95% van de bijstandsnorm), vastgesteld conform de Recofa methode. Toelichting Op het moment dat er sprake is van financiële schaarste, staan in de te nemen financiële beslissingen de eerste levensbehoeften en behoeften op korte termijn centraal. Dat komt participatie in de samenleving, ontspannen vrijetijdsbesteding van kinderen en het vinden van werk niet ten goede. Door inwoners met problematische schulden die werken aan een oplossing toegang te geven tot de ondersteuningsregelingen voor minima, kunnen ook zij zo volwaardig mogelijk deelnemen in de samenleving. Uitgangspunt 3: We zetten erop in dat zo veel mogelijk mensen die recht hebben op de voorzieningen hier gebruik van maken Onder voorzieningen wordt verstaan: - ondersteuningsregelingen voor minima - schuldhulpverlening (preventief en curatief) Toelichting Het gebruik van de ondersteuningsregelingen in 2016 voor minima was in Brummen 5% hoger dan het landelijk gemiddelde van 65%, namelijk 70%. In 2018 was dit percentage gelijk aan 2016. De schuldhulpverlening is ingeschat als gelijk aan het landelijk gemiddelde. Dat laatste is zorgelijk, wetende dat slechts 11% van de mensen die problematische schulden zich tot de schuldhulpverlening wendt. Financiële schaarste werkt op alle leefgebieden door binnen een huishouden of gezin. Daarom is de noodzaak groot om te focussen op het bereiken van zo veel mogelijk inwoners die recht hebben op ondersteuningsregelingen voor minima en schuldhulpverlening. De gemeente heeft hierin een belangrijke voorlichtende rol en een taak om de voorzieningen zo toegankelijk mogelijk te maken. Uitgangspunt 4: We houden de uitvoeringskosten zo laag mogelijk Toelichting Bij de inzet van middelen zijn kosten en personele inzet voor de uitvoering onvermijdelijk. Die kosten houden we beperkt. Dat betekent dat we alert zijn in hoe we de financiën besteden, we kritisch zijn op de hoeveelheid nodige ambtelijke capaciteit, de uitvoering zo eenvoudig mogelijk maken en we scherp zijn op externe middelen waar aanspraak op gemaakt kan worden. Waar mogelijk zoeken we de samenwerking met niet-gemeentelijke-initiatieven om elkaar hierin te versterken.

Rechtspraak bij dit artikel