Naar hoofdinhoud
1.. Op grond van artikel 4 lid 1 van de verordening zorgt het College voor de inzet van jeugdhulp na een digitale of schriftelijke verwijzing door de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts naar een zorgaanbieder. Dat gebeurt alleen als de gekozen zorgaanbieder deze jeugdhulp ook echt nodig vindt. 2.. De zorgaanbieder die de inzet van jeugdhulp nodig vindt, stelt het College in kennis van de verwijzing door een huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts en vraagt toestemming om de gevraagde ondersteuning te bieden. 3.. De zorgaanbieder: beoordeelt op basis van het uitgangspunt ‘1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’ welke jeugdhulp nodig is; beoordeelt hoe vaak en hoe lang de jeugdige de hulp nodig heeft; zal zijn oordeel mede baseren op de voor hem geldende protocollen en richtlijnen; houdt zich aan de afspraken met de gemeente en de voorwaarden die de gemeente stelt; verstrekt bij afsluiting van het hulptraject rapportage over het verloop en resultaat van de hulpverlening aan zowel de gemeente als de betreffende huisarts, medisch specialist of jeugdarts; versterkt bij langdurige, meerjarige hulptrajecten tussentijds rapportage over de voortgang aan zowel de gemeente als de betreffende huisarts, medisch specialist of jeugdarts; kan contact opnemen met de verwijzer/en/of de gemeente als deze van oordeel is dat de gevraagde jeugdhulp door hem niet geleverd kan worden of niet passend is.

Rechtspraak bij dit artikel