Onverminderd het vorige artikel weigert het college de subsidie in ieder geval:
als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; of
als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.
De subsidieverlening kan voorts worden geweigerd indien naar het oordeel van het college de subsidieverlening als ongeoorloofde staatssteun kan worden aangemerkt dan wel het risico met zich meebrengt dat de subsidieverlening als staatssteun wordt aangemerkt.
Het college trekt beschikkingen tot subsidieverlening of -vaststelling in of wijzigt deze ten nadele van de ontvanger indien de subsidieverlening of –vaststelling in strijd is met de artikelen 107, 108 en 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betreffende staatssteun, daaruit voortvloeiende richtlijnen, of met een verplichting ingevolge een ander door de staat gesloten verdrag.