Het havengeld wordt niet geheven voor:
vaartuigen in gebruik van gemeente, provinciale en rijksdienst.
baggermachines en vaartuigen die daarbij gebezigd worden voor het vervoer van baggerspecie voor de tijd dat zij binnen het gebied van de gemeente werken.
hospitaalschepen en reddingsvaartuigen.
boten en sloepen die bij een ander vaartuig horen en daaraan zijn verbonden.
pleziervaartuigen die zich tussen 10.00 en 17.00 in de haven bevinden.
traditionele zeilvaartuigen zoals Tjalken, Klippers, Schoeners, Aken en Botters die behoren tot de zogenoemde bruine vloot of traditionele chartervloot gedurende de periode van 1 oktober tot en met 31 maart.
Artikel 8.